top of page

Van strijd naar groei: over gevende ouders en drakenpubers


Zelfsturend gedrag bij kinderen en tieners

Het is de lente van 1980. Papa’s hand maakt contact met mijn gezicht. Hoewel de klap niet zo zwaar is, schrikken we beiden van zijn actie. Ik kan het zien in zijn ogen: dit zal hij nooit meer opnieuw doen. Hij is een lieve man, maar hij maakt zich de laatste tijd wel zorgen over zijn puberdochter.


Ik ben vijftien jaar oud. Als we enkele tellen terugspoelen, zien we hoe ik zojuist voor het eerst geweigerd heb om op mijn kamer te gaan studeren. Ik ben er op dat moment immers helemaal klaar mee: studeren vergt veel van mij, het is moeilijk. Zeker vakken zoals fysica, chemie en wiskunde klinken me als Chinees in de oren. Ondanks mijn inspanningen, de bijlessen en hulp van mijn ouders lukt het me niet om betere cijfers te halen voor die vakken. Tijdens de lessen op school en bij het studeren op mijn kamer blijven mijn gedachten afdwalen.


Ik droom over liefdesverhalen en wat ik in de toekomst wil worden. Sowieso wil ik iets met kinderen doen. Kinderarts, misschien? Neen, zeggen ze op school. Daar moet je heel slim voor zijn. Best, denk ik, dan word ik onderwijzeres. Maar ook daar tikken ze mij bij het PMS (nu het CLB) voor op de vingers. Te hoog gegrepen. Als vijftienjarige zie ik mijn dromen vervagen en vooral: ik voel me dom.


Een gevoel dat nooit echt meer zal verdwijnen. Ook nu komt het nog regelmatig naar boven. Mijn verlangen om het tegendeel te bewijzen wordt een drijvende kracht in mijn professionele én persoonlijke leven. Meer dan dat: het wordt een patroon van faalangst. Want als je slim bent word je gewaardeerd, toch? En dan is iedereen trots op je, toch?


We spoelen vooruit naar 1988. Ik behaal met onderscheiding mijn diploma als onderwijzeres - wat zei ik over het tegendeel willen bewijzen? Twee maanden later start ik in het onderwijs en naast alle opgedane kennis, neem ik ook mijn drang naar perfectie mee naar de klas. Mijn doel is om de beste juf van de school te worden, vastberaden om de zwakkere leerlingen in mijn klas de nodige en juiste hulp te bieden. Om ze te helpen zich optimaal te ontwikkelen.


In 1991 word ik voor het eerst moeder. Ook hierin wil ik excelleren en fouten maken is geen optie. Het wordt opnieuw een patroon van faalangst. Ik leg de lat heel hoog voor mijzelf als moeder en daardoor ook voor mijn kinderen. Als iets niet lukt, maakt me dat ontzettend kwaad op mezelf. Dit put mij uit en zorgt jarenlang voor migraineaanvallen.


Nu weet ik van waar die faalangst komt: uit mijn loyaliteit, mijn dankbaarheid naar mijn ouders toe. Het leven heb je immers ontvangen van je vader en je moeder; een onomkeerbaar, existentieel gegeven. Ouders zijn verantwoordelijk voor de kinderen die ze op de wereld hebben gezet, en de kinderen beseffen van nature dat zij dit bestaan aan hun ouders te danken hebben. Ouders geven veel aan hun kinderen, maar ze krijgen er ook veel voor terug: aanhankelijkheid, liefde, zorg. Als ouders te weinig toelaten of niet zien dat hun kinderen, op hun manier, iets aan hen teruggeven, raakt die verhouding tussen geven en ontvangen uit balans.


Ook ik probeerde dus iets aan mijn ouders terug te geven. Ik gedroeg me braaf, beleefd, behulpzaam en wilde vooral mijn best doen op school. Zelfs met alle tegenslagen die ik daar ondervond. Veel meer dan dat ik voor mezelf studeerde, dan dat ik aan mezelf wilde bewijzen dat ik het wel kon, deed ik het uit liefde en loyaliteit voor mijn ouders. Om op mijn manier terug te geven en om gezien te worden.


Nu ik als kinder- en tienercoach werk zie ik het dagelijks: ouders die hun verantwoordelijkheid met hart en ziel opnemen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat dit geldt voor alle ouders die in mijn praktijk komen, want anders zouden ze zich toch niet tot een kindercoach wenden voor advies? Het zijn ouders die zich zorgen maken om hun ‘drakenpubers’ die slecht presteren op school. Ze willen alleen maar het beste voor hun kinderen, ze willen zoveel geven. Te midden van de ‘drakenmanieren’ en de slechte schoolprestaties, zien ze echter niet dat hun pubers dat ook willen. Dat ook zij willen geven, maar dat ze gewoon nog op zoek zijn naar de manier waarop.


Het is november 2023. Chemie, fysica en wiskunde kan ik nog steeds niet, maar mijn gedachten dwalen niet meer af. Integendeel: ik ben intens gefocust tijdens gesprekken met ouders en hun kinderen, ik volg opleidingen met volle aandacht. Niet meer uit loyaliteit aan mijn ouders, wel uit liefde voor mezelf en mijn vak. En die faalangst? Daar heb ik heel wat inzichten uitgehaald die ik voluit inzet als coach.


Warme groetjes

Catherine

35 views0 comments

Comments


bottom of page