Over Steven Spielberg, E.T. en wederzijds vertrouwen

Ik las eens dat Steven Spielberg een verlegen en dromerig jongetje was dat het liefst televisie keek of fantaseerde in plaats van te leren. Noem het beroepsmisvorming, maar ik vraag me dan meteen af hoe zijn ouders daarop reageerden. Zouden ze angstig geweest zijn? Of hadden ze er alle vertrouwen in dat hun kleine Steven zou uitgroeien tot de grote Spielberg, maker van kaskrakers zoals E.T., Jaws en Indiana Jones?


Als coach én als mama ondervind ik aan de levende lijve hoe wij ouders ons soms zorgen maken over de toekomst van onze pubers. We willen voorkomen dat ze tegen de lamp lopen. Niet omdat we zelf zo perfect zijn, maar juist omdat we ervaren hebben wat de consequenties zijn van verkeerde beslissingen. We hebben dus alleen maar goede bedoelingen, maar dat komt bij onze pubers niet altijd zo over …




Om terug over E.T. te beginnen: sommige tieners die in mijn praktijk binnenkomen met hun angstige ouders lijken daar een beetje op. Niet letterlijk, natuurlijk. Maar alles aan hun ogen en lichaamstaal schreeuwt: E.T. go home, E.T. go home! Ze volgen hun bezorgde ouders naar een coachinggesprek, maar hebben eigenlijk geen idee waarom en het enige wat ze willen is terug naar huis gaan.


Zo kwamen er onlangs een vader en zijn dochter langs voor een kennismakingsgesprek rond leren leren. Al meteen toen ze binnenkwamen herkende ik bij de dochter die typische E.T.-blik. Ze vond het moeilijk om mij aan te kijken en had nog geen woord gezegd. In zo een geval weet ik welke vragen ik moet stellen om het gesprek op gang te krijgen. Ik vroeg aan haar: ‘Waar maakt jouw papa zich zorgen over?’. Ze haalde haar schouders op mompelde: ‘Weet ik niet.’ Ik draaide me naar haar papa toe en stelde hem dezelfde vraag over waar hij zich zorgen om maakt. Prompt antwoordde hij: ‘Ik maak me zorgen over haar punten.’


In plaats van daarop verder te vragen vroeg ik aan dochterlief wat dat met haar deed. Deze vraag was raak. Voor het eerst keek ze me recht in de ogen en antwoordde klaar en duidelijk: ‘Ik begrijp het gewoon niet. Ik volg een wetenschappelijke richting en haal 70 procent op mijn rapport. Ja, soms ben ik eens slordig en vergeet ik een toets of taak voor te bereiden. Maar die verloren punten haal ik altijd weer op.’


Wat daarop volgde blijft één van de mooiste gesprekken in mijn loopbaan als kinder- en jongerencoach. De papa vertelde ons dat zijn eigen ouders nooit de moeite gedaan hadden om de lat voor hem wat hoger te leggen. Als hij niet goed werkte, dan veranderde hij maar van richting. Daardoor was hij in een job terechtgekomen waar hij tegen zijn limieten botste. ‘Als mijn ouders me iets meer gepusht hadden, had ik misschien meer kunnen bereiken,’ vertelde hij. Hij wou dus voorkomen dat zijn dochter hetzelfde overkwam en dacht dat een paar sessies leren leren haar zouden helpen. Hij deed het voor haar.


Tijdens het gesprek maakte ik aan het meisje duidelijk dat haar punten inderdaad niet slecht waren. Dat ze haar puberteit mocht gebruiken om kansen, mogelijkheden én fouten te ontdekken. Om te vallen en op te staan. Maar ook dat leren voor school nu eenmaal moet: willen of niet, studeren maakt deel uit van haar weg naar autonomie.


En haar papa? Die gaf ik een oprecht compliment over zijn bezorgdheid. Maar we spraken ook over zijn angst en dat het niet haar taak is om zijn verleden goed te maken. Dat het juist zijn taak is om haar het vertrouwen te schenken dat ze verdient, aangevuld met een beetje riskmanagement. Ik zei hem: ‘Bij de geboorte van je dochter had je een zorgende taak. Nadien werd je manager van haar activiteiten. En nu kom je in een periode waarin je meer een coachende houding aanneemt.’ Met andere woorden: hij zou zich meer naar de zijlijn bewegen en eens met zijn armen zwaaien als hij merkte dat ze haar schooltaken uit het oog verloor. Hij mocht haar laten rennen, maar er ook voor haar zijn om haar te helpen opstaan als ze valt.


Eindelijk mocht ik mijn laatste - en stiekem mijn favoriete - vraag stellen: ‘Wat is er nodig om wederzijds vertrouwen op te bouwen?’ Uit ervaring weet ik dat dit een verbindende vraag is die beide partijen zonder problemen beantwoorden. Een vraag die een alliantie creëert. Een vraag die ontrafelt wat ik het liefste doe: ouders en hun kinderen verbinden. Daar doe ik het voor, en dat meen ik!


PS: al maar best dat het E.T.’tjes zijn die hier binnenkomen en geen bloeddorstige Jaws-haaien, hé? 😉


59 views0 comments